individuele tentoonstelling

Freek Wambacq

Rocaille / Gereedschapskist / Le Vase-entrepôt

ZA 29.11 2008 — ZA 24.01 2009
ZA 29.11 2008 — 20:30 Opening

Freek Wambacqs (°1978, woont en werkt in Brussel) sculpturen hebben verrassende en delicate eigenschappen. Naargelang de omstandigheden eigenen ze zich een specifieke status toe: hetzij als objet trouvé, als trofee, als prototype, als specimen, als attribuut, als totem, als assemblage of als display voor andere objecten. De wisselende gedaantes hangen vaak samen met situaties waar de kunstenaar onvermoede vormen van sculpturaliteit detecteert. Of zoals Aaron Schuster schrijft: [the work] often begins from a fortuitous perception of what can be called ‘the spontaneous aesthetics of daily life.’

Het kenmerkende gebruik van bijvoorbeeld onbehandelde bouw- en constructiematerialen maakt deel uit van een consequente zoektocht naar subtiliteit. Thibaut Verhoeven: Dit gaat bij momenten zo ver dat Wambacq vaak in de keuze van en de omgang met zijn materiaal bijna lijkt te handelen als een (...) aannemer, die met een accuraat gevoel voor vakkennis zijn materiaal manipuleert tot er iets méér ontstaat dan dat materiaal zelf. Deze overgang tussen materiaal en sculptuur, of soms zelfs tussen kunst en niet-kunst, is in het werk van Freek Wambacq zeer subtiel. Maar het is tegelijkertijd net deze subtiliteit die ons zeer veel vertelt over (het medium) sculptuur, en de manieren waarop dit vormelijk, inhoudelijk én op interpretatieniveau tot stand komt. In deze zin is Freek Wambacq in al zijn uitgepuurde, bijna minimale subtiliteit misschien wel een van de meest pure – in de zin van ‘mediumoprechte’ – jonge beeldhouwers van het moment. (Thibaut Verhoeven, ongepubliceerde tekst)

In Netwerk presenteert hij een zestal nieuwe sculpturen als losstaande lemma’s uit een imaginair naslagwerk. Hun titels fungeren als een (vereenvoudigd) label dat de aard en de origine van het werk toegankelijk maakt, zonder dat hun meervoudige betekenis verloren gaat.

Rocaille is een vertrouwde term uit de annalen van de kunstgeschiedenis. Het woord duidt de elegante, asymmetrische schelpmotieven aan, die veelvuldig voorkwamen in de achttiende-eeuwse interieurs in rococostijl. Het was ook de naam voor het mengsel van keien, schelpen en cement waarmee bouwsels bekleed werden om er als natuurlijke grotten uit te zien. De onbehandelde schelpen uit Freek Wambacqs werk verwijzen onrechtstreeks naar die oorspronkelijke betekenis – ze worden ook vandaag nog gebruikt om beton een andere structuur te geven. Tegelijk verschijnen ze als een uitdijende opeenstapeling van lege omhulsels, als werden ze georkestreerd volgens een methode die het midden houdt tussen artistiek vernuft en afstandelijkheid. Rocaille is een landschap met discrete cultuurhistorische verwijzingen, dat opgebouwd werd volgens een doordachte balans tussen ‘vastzetten’ en ‘loslaten’.

Gereedschapskist is een artefact waarvan de vermelde functie aannemelijk is: het is een kluis op maat van het gereedschap van de kunstenaar. Met een serieel motief van pseudo-archaïsche klinknagels lijkt de kunstenaar te knipogen naar praktijken uit de vroegmoderne tijd, toen de professionele kennis van gespecialiseerde vaklui en kunstenaars enkel voor ingewijden ontsloten werd. In deze optiek kan het werk begrepen worden als een satirische revalidatie-oefening, die bedoeld is om het gekneusde aura van ‘exclusiviteit’ een nieuwe, subverterende betekenis te geven.

Le Vase-entrepôt is een monumentaal omhulsel waarin Freek Wambacq de grenzen verkent tussen architectuur en beeldhouwkunst. De woordspeling uit de titel lijkt te wijzen op een vermoedelijke functie als opslagplaats, maar in het buitenmaatse recipiënt schuilt vooral een intrigerende geheimzinnigheid. Het amorfe object verschijnt als een uitvergroot obstakel, als een verhullend element dat – vergelijkbaar met René Magrittes volumineuze appels – de omringende ruimte onder spanning zet.