Amalia Pica

Amalia Pica’s (Neuquén, Argentinië, °1978) conceptuele praktijk beklemtoont de beperkingen van taal die wij ervaren wanneer we onszelf kenbaar en hoorbaar willen maken. In haar sculpturen, tekeningen en installaties traceert de kunstenaar herinneringen uit het verleden om na te gaan hoe zowel de kunst als het leven beiden gekenmerkt worden door hiaten en kloven. In haar werk onderstreept ze het gelijktijdige falen van, en de nood voor een persoonlijke communicatie. Met de serie Catachresis, speelt Pica verder in op deze noties van communicatie en gaat ze op zoek naar foutieve vormen van taalgebruik. De term catachresis wijst op de verkeerde toepassingen van een woord om een onbestaand element zoals een ‘tafel poot’ of de ‘nek van een fles’, te benoemen. Deze assemblages van niet-verwante elementen die samen nieuwe antropomorfe vormen genereren, beklemtonen de inherente verwarring van linguïstieke interactie enerzijds, maar vormen zelf ook nieuwe middelen voor communicatie anderzijds. In het mengen van kleur en taal onderscheidt Pica’s werk zich van het benauwde en door regels gebonden taalgebruik.