tekst

De New Reform Gallery en de performance in België: een context

Virginie Devillez

Wanneer gedurende de jaren 1970 de happening en/of de performance opkomt en bloeit, vindt deze moeilijk te definiëren kunstvorm automatisch aansluiting bij de historische avant-garde van de eerste helft van de twintigste eeuw. Dadaïsten, futuristen, surrealisten hebben deze permissieve techniek aangewend, even flexibel als open, en kwamen tot schier onbegrensde varianten waarin literatuur, poëzie, theater, muziek, dans, architectuur, schilderkunst, cinema, projecties en later video vermengd werden. In België ontstaat er een heropleving van een interesse voor een dergelijke praktijk met de oprichting in 1955 van Taptoe door onder meer Clara en Gentil Hasaert, Maurice Wijckaert en Roel D'Haese. Beïnvloed door Cobra, dat al eerder poëzie, schrift en schilderkunst combineerde, organiseerden ze tentoonstellingen en ontmoetingen waarop literatuur, muziek en etnografie vermengd werden. Wyckaert zal elders bijdragen aan de formulering van de basistheorie van het Internationale Situationisme, volgens dewelke “[…] de menselijke vrijheid een uitdrukking moet vinden in het leven zelf, en niet in de productie binnen in het atelier; dat die vrijheid de vrijheid moet zijn van alle mensen, en niet slechts van een handvol theaternarren die de vrije expressie afkopen in naam van de kunst." Rond diezelfde tijd, in 1957, opent er in Dendermonde een plek die het midden houdt tussen tentoonstellingsruimte en café, Celbeton, waar poëtische en kunstzinnige manifestaties georganiseerd worden, naast filmprojecties, symposia en debatten. De bezieler, Adolf Merckx, wenste "het statische karakter van het overgrote deel van de tentoonstellingen en de relatie kunstenaar-kunst-publiek te doorbreken." Aan het begin van de jaren 1960, onder invloed van de fluxusbeweging die in New York ontstaan was met George Macunias, Yoko Ono, La Monte Young, en al snel in Europa geïmporteerd werd door Ben, Filiou, Vostell, Nam June Paik en Stanley Brouwn in Antwerpen, wordt de performance verwerkt door een nieuwe generatie kunstenaars die doordrongen zijn van het principe "hier en nu", wat enerzijds de weg vrijmaakt voor een toenadering tussen kunstenaar en publiek, maar anderzijds voor een wisselwerking tussen verschillende artistieke disciplines. De wil om de barrière tussen kunst en leven te doorbreken is ook sterk aanwezig bij kunstenaars die ­ onder invloed van de sociale sculpturen en de performances van Joseph Beuys ­ van mening zijn dat er een revolutie moet plaatsgrijpen in de mens zelf en dat, eens bevrijd, de mens in staat is iets origineels te creëren en een omwenteling kan veroorzaken in zijn tijdperk. Die tendens is kenmerkend voor de eerste happenings die vanaf 1965 door Hugo Heyrman en Panamarenko in Antwerpen gerealiseerd worden, eerst op straat, daarna in de veilige haven van Wide White Space om aan de versterkte politie-interventies te ontsnappen. De aanwezigheid van het letterwoord 'LSD' op de affiche die in 1966 de happening 'De première van de hersenexpansie in kleuren!' aankondigde, is in die hoedanigheid symbolisch voor de proposities van het duo. Zo zijn Heyrman en Panamarenko sterk beïnvloed door de utopische projecten en de bevrijdende, hallucinogene ervaringen van Aldous Huxley, onontbeerlijke ijkpunten bij het in voege treden van een alternatieve orde. Parallel daarmee brengt Jacques Charlier in Luik een dertigtal personen samen rond het tijdschrift en de groepering Total's. Total's organiseert en creëert vanaf 1965 acties, manifestaties en concerten. Total's voelt zich in het bijzonder betrokken bij vraagstukken die in verband staan met urbanisatie en ecologie; zo is er het voorstel om Luik met beton te bedekken om er vervolgens een gazon op te zaaien. Met de uitbarsting van de ideeën van mei '68, vermenigvuldigt dit soort van artistieke proposities - soms ludiek of uitnodigend, gewelddadig of pacifistisch, politiek of urbaan, maar steeds formeel nieuw en waardevol - via de ervaringen van het Weense Actionisme, van body art of van collectieven die beïnvloed zijn door het Living Theater. Daarnaast bedient tevens de conceptuele kunst zich van de performance, omdat deze kunstvorm enerzijds zichtbaar, maar anderzijds ontastbaar is. Performance laat geen sporen na, en kan gekocht noch verkocht worden, en staat volledig in het teken van een toenadering tussen kunstenaar en toeschouwer die de actie simultaan beleven. De stad Antwerpen wordt een bevoorrechte plaats voor dit soort events, eerst en vooral met de Vrije Actiegroep Antwerpen (VAGA), een groepering opgericht in de context van mei '68 en waarvoor Heyrman en Panamarenko hun happenings op straat zullen hervatten. Een jaar later gaat de dynamiek verder met de oprichting van A379089, een anti-galerie, een anti-museum en een communicatiecentrum: "The phone will be answered 24 hours. A379089 functions as a forum, a place where ideas can be exchanged as a media, where those self share ideas can be acted upon and collaboration can take place." Op 5 oktober 1969 gaat daar de performance 'This is the Ghost of James Lee Byars Calling' door. In het rood aangekleed ontvangt het publiek vragen, waarvan de antwoorden onmiddellijk naar Los Angeles doorgestuurd worden, waar de tentoonstelling van de kunstenaar doorgaat. Met het 'World Question Center', maakt die performance deel uit van de serie die gepresenteerd wordt in het County Museum van Los Angeles. Via dat procédé dwingt Byars een andere perceptie bij de toeschouwer af. Hij confronteert ze individueel met een uitwisseling van vragen en antwoorden. De vragen zijn vaak paradoxaal en obscuur. Afhankelijk van het uithoudingsvermogen van de beschouwer in kwestie kan deze uitwisseling een lange tijd doorgaan. Andere gelijkaardige experimenten, onder leiding van onder meer Byars, La Monte Young, Daniel Buren en Ben Vautier spelen zich af in A379089. A379089 is een interactive platform waar de actoren van het artistieke en politieke toneel geageerd hebben in de onmiddellijkheid, verantwoord vanuit hun intense ontmoeting. Wanneer de activiteiten van A379089 ophouden aan het begin van 1970, bestaat er geen officiële plaats meer voor nieuwe, opkomende vormen van expressie, zoals de performance en, later, video. De beschamende afwezigheid van een museum voor moderne of actuele kunst is in België een tastbare realiteit die de beslissingsmakers veel meer bezighoudt dan steun aan de creaties van jonge kunstenaars. De enige grote uitzondering in dit desolate landschap is de oprichting in 1970 van het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) dat erkend wordt door de Vlaamse minister van cultuur Frans Van Mechelen, gevolg gevend aan een eis van VAGA. Het is in deze context dat het dit keer private initiatief van Roger D'Hondt en de New Reform Gallery in Aalst zich situeert. D'Hondt is gefascineerd door de nieuwe artistieke strategieën waarin de actie of de idee primeert, eerder dan het object. Hij is er zich tevens zeer bewust van dat avant-gardistische bewegingen niet uitsluitend aanwezig moeten zijn in grote stedelijke centra. Reeds in 1967 nam hij een aandeel in de hedendaagse kunstscene in Aalst met de stichting, samen met enkele vrienden, van de galerie Reform, dat op een meer traditionele manier tentoonstellingen organiseerde. Die galerie sloot de deuren in 1969, maar had het pad geëffend voor New Reform Gallery, werkcentrum voor plastische kunst, dat in 1970 de activiteiten aanvatte. Enkele maanden later publiceert Roger D'Hondt een manifest waarin hij de grote lijnen van zijn intenties met die anti-galerie uiteenzet: "de ‘plaats’ van de bestaande galerijen in ons land, is ten opzichte van de hedendaagse plastische kunsten eerder bedroevend. de galerijen (enkelen uitgezonderd) hebben gebrek aan initiatief ten opzichte van het gebeuren. doorgaans zijn het betaalde zalen, waar elke huurder, om het even wat kan laten zien. één van de redenen waarom de uitstraling eerder zonder overtuiging wordt aangepakt. eveneens één van de gebreken waarom het grote publiek uit de kunstzalen blijft. natuurlijk zal de avant-art steeds voor het massale denken staan, maar het is daarom te zorgwekkender te moeten toezien dat de galerijen hun informatie mogelijkheden misbruiken. ‘reform gallery’, wil met de ruimst mogelijke middelen aan deze tekortkomingen verhelpen. zij wil een ‘situatie’ vormen, en ideeëncentrum zijn, een werkcentrum voor hedendaagse plastische kunsten. zij zal daarom geen huurgeld als waarborg stellen. ook zal zij hieraan verbonden het werk uitermate streng selekteren. zij zal tevens haar taak als voorlichtingscentrum volledig trachten door te voeren. zij zal in samenwerking met de kunstenaars haar tentoonstellingen vooraf bespreken en uitvoeren. gestreefd zal worden naar een duidelijke voorstelling van haar mogelijkheden. elke traditionele figuratie zal worden geweerd. de hedendaagse figuratie zal slechts worden gebracht wanneer zij uitsluitend van aktueel of historisch belang kan zijn. de gallery zal duidelijk de voorkeur geven aan de geometrie en de konstruktieve kunst. nieuwe stromingen als ‘conceptual art’ zullen eveneens worden gebracht. met enkele namen kunnen wij het situeren als van bram bogaert tot vandenbranden, van stanley brouwn tot fontana en van jos manders tot stephen antonakis. […]" In het begin, aangezien hij geen beschikking had over een gepast gebouw of een gepaste ruimte, organiseert D'Hondt zijn evenementen op receptieve locaties, zoals het Stedelijk Museum van Aalst. Daar gaat in 1970 de manifestatie 'Art and Idea' door, waarin kunstenaars zoals Charles Hinman, Werner Kausch en Gunther Uecker-Dohl samengebracht werden. Gedurende de maanden daarna slaagt D'Hondt erin een eigen plaats te openen (in de Schoolstraat te Aalst) spoedig gevolgd door de publicatie op 1 september 1971 van het eerste nummer van New Reform Nieuws. De archieven gepresenteerd in de tentoonstelling geven een indruk van de activiteiten en de publicaties van Roger D'Hondt in Aalst, met een grote diversiteit aan kunstenaars (Paul Gees, Jochen Gerz, Douglas Huebler, Luc Hoenraet, Bernd Lobach Hinweiser, Jacques Charlier, Hugo Heyrman, Klaus Groh, Petr Stembera, Hervé Fischer, Luc Mishalle, Luc Steels, Narcisse Tordoir, Anne-Mie Van Kerckhoven, Baudouin Oosterlinck…). D'Hondt werkt zowel met Belgische als met buitenlandse kunstenaars, en engageert zich in heel wat initiatieven op het vlak van ontmoeting, tentoonstelling en samenwerking. In 1972 neemt New Reform bijvoorbeeld deel aan 'Jungle Art Jungle', georganiseerd door Celbeton met de galerieën MTL, Wide White Space, Yellow Now et X-One. Hetzelfde jaar, in studio Kausch te Kassel, met onder meer Artworker Star, participeert hij aan 'Concept-Art'. Tenslotte, van 2 tot 15 oktober 1978, is D'Hondt curator van het Performance Art Festival in de Beursschouwburg te Brussel met als uitgenodigde kunstenaars Paul Gees, Audio Arts, Tina Keane, Vincent Halflants en werk van Marina Abramovic & Ulay, Vito Acconci, Laurie Anderson, Gina Pane, Valie Export,... Dit festival wordt vandaag erkend als één van de eerste overzichtsevenementen in België gewijd aan performance. Enkele weken later wordt de werking van New Reform stopgezet met een laatste tentoonstelling van Vincent Halflants in 1979: '28 zelfportretten zoveel keren herhaald tot de muren van New Reform kunnen behangen worden'. De sluiting betekent het einde van een pioniersinitiatief dat bijna uniek is in België, en waarvan de werking overeenkomsten vertoont met de activiteiten van Cirque Divers, actief in Luik sinds 1973 en later, in 1981, van Club Moral in Antwerpen met Danny Devos en Anne-Mie Van Kerckhoven (die overigens in New Reform debuteerde). Men spreekt vaak over een schisma tussen de kunst van de jaren 1970 en 1980, met een terugkeer naar schilderkunst en het verhandelbare object. Die bewering moet op zijn minst genuanceerd worden op basis van de geschiedenis van New Reform die zich verderzet in onder meer een Antwerpse artistieke scene, met gelijkaardige initiatieven zoals Club Moral, waarvan de noisy-industrial esthetiek ingaat tegen de stereotypen van de maatschappij van de jaren 1980. Of zoals Roger D'Hondt in 1988 schrijft: "Performances geven aan de kunstenaars de mogelijkheid over te gaan tot ‘doelgerichte’ konfrontaties met ‘tastbare’ resultaten. Een kunstvorm die inspeelt op de konkrete aanwezigheid van kunst in het dagelijkse leven. In eerste instantie trachtte ik de veelzijdigheid ervan aan te tonen, ook door terug te blikken in het verleden. […] Kunst van ‘tijdelijke’ en ‘vergankelijke’ aard is het gevolg van een levendig bewustzijn dat kunst die gemaakt wordt met het doel het nageslacht te dienen geen betekenis heeft, tenzij achteraf in een historische kontekst. Kunst kan alleen maar een betekenis hebben als ze rekening houdt met de realiteit."