tekst

Launchers

Eva Kerremans

Omdat creativiteit zich op veel meer manieren manifesteert dan een potlood vast te houden, werd een georganiseerde structuur, HAP genaamd in het leven geroepen. Een nieuwe ‘orde’ werd opgebouwd. Zij is echter geen transcendente orde die van buitenaf wordt opgelegd ; neen, zij is een organisatie die ontspringt uit de ontmoeting van een aantal naburige elementen op het immanentievlak, net zoals sneeuwvlokken ontstaan door het kristalliseren van waterdampelementen in een te koude wolk. Het is een soort alchemie die ervoor zorgt dat verscheidene elementen elkaar opheffen om zo tot een ander resultaat te komen. Ideeën ontstaan of worden aangescherpt bij elkaar. Zo ontstaat er een assemblage van verschillende elementen die toch een consistent geheel vormen, Piet, Wim en Jens, samen HAP. De ene staat niet boven de ander, een hiërarchisch verband is uitgesloten, maar toch zijn zij consistent; hun consistentie ligt hem eerder in hun nabuurschap.

Als een auteur een boek begint te schrijven en zo een hele wereld tot leven brengt, haalt hij vanaf de eerste letter de zware taak op zich, om consequent de spelregels en afspraken van zijn eigen geschreven wereld te blijven volgen. Kortom, het verhaal moet blijven kloppen. De kunstenaar haalt zich bij het ‘maken’ dezelfde zware taak op de schouders. De consistentie van de science fiction ‘HAP’ ligt hem in de manier waarop de werken onderling met elkaar dialogeren, bruggen slaan tussen elkaar. De werken van HAP richten telkens opnieuw een eigen ‘staat’ op binnen de reeds bestaande structuur. Het ‘Leidmotief’ doorheen hun oeuvre is het afbakenen van territoria, zowel mentale territoria als materieel reële. In een eerder werk, Blitzkrieg, groef HAP daadwerkelijk een kuil van één kubieke meter in een braakliggend terrein, gelegen tussen twee winkelconcerns. Illegaal en ‘s nachts laadden ze de opgegraven aarde in, steken de Belgisch Nederlandse grens over, om vervolgens het hoopje ‘Transit’ te gaan deponeren in het opslagdepot van het centrum ‘Kunstuitleen’ te Middelburg. Ze bakenden hun territorium af en voerden oorlog op kleine schaal op zoek naar uitbreiding van dit territorium.
HAP interageert direct op het maatschappelijk netwerk dat zich aandient. Ze onderzoeken de heersende structuur en de regels van het huis, de galerij of de ruimte door allerlei acties uit te voeren. Zo confronteren ze hun verlangens met de geldende regels en bewandelen op die manier de grenzen van ieder systeem waarin ze terechtkomen. Net zoals de gevechtspiloot, handelt HAP op de grens. Al zijn manoeuvres zijn gericht op ontsnappen. (« Never become predictable »). Daarom moet hij zich hoeden voor het imiteren van gekende codes, ordes en patronen. Codes worden afgebroken en tegelijkertijd ontstaan er nieuwe codes.1 Meestal, buiten onze wil om, zitten we vast in onze dagelijkse beslommeringen en we gaan ‘…’ en doen ‘…’ gewoon, zoals zij allen scorend doen en gaan. We worden dan opgeslorpt door de ons omringende orde, door ‘dit-is’ kaders. Het zijn net deze ‘dit-is’ kaders die HAP op zijn kop zet, uit zijn context rukt. Ze voeren een onderzoek naar de gecodeerde vormen die er functioneel zijn voor bepaalde dingen. Te Ename ‘9 minuten 74 seconden’ bouwden zij onlangs in Gunther’s Greenhouse olievaten na, ze leken net echt, in materiële realiteit bleken zij de virtuoze bricolage van karton, huishoudfolie en autolak te zijn. Schijn bedriegt, zeggen ze in de volksmond. HAP verwart. Dit verwarren beperkt zich niet enkel tot een formeel spelen met codes, neen, ook globaler gezien werd de bestaande orde aan het wankelen gebracht. Het werk draait rond de menselijke drang om de omgeving te willen beheersen en naar eigen hand te zetten. De mechanica van de cultivatie werd er ontbloot, nagebootst en opgedreven tot zijn eigen fatale ontploffingslimiet toe. Of zoals Happer Wim het stelt Het gemak dat je voor jezelf creëert wordt al snel een ongemak.

Wanneer HAP beweegt lijkt hij een verschil in zijn context te overbruggen, hij is in dynamische context, als een surfer die zich op de omringende stromen laat voortdrijven. Zijn omgeving is een woelige zee: enerzijds bepaalt die zee zijn beweging en snelheid – ze draagt hem. Anderzijds gebruikt hij de zee: hij speelt ermee, gaat op zoek naar de interessantste stromen. HAP is als een klontje suiker dat oplost in de koffie: het klontje lost op dòòr de koffie, maar verandert tegelijkertijd ook de smaak van de koffie.
Zo ongeveer kunnen we dus die verstorende ‘orde’, die ‘andere’ realiteit van HAP begrijpen.

Genoeg geruimtereisd nu, weg met die metafysische shit, die enkel dat elitaire kunstclubje sjiekt. Want HAP doelt niet enkel op de connaisseur, maar evenzeer op de toevallige voorbijganger, zonder onderscheid te willen maken. Daardoor is er in sommige werken ook bewust gekozen door HAP voor helle felle kleuren en monumentale sculpturen in hout, karton, plakband of folie. Ze verleiden de toeschouwer, ongeacht of die nu zeven of zevenenzeventig is. Visuele verleiding is hun strategische zet om een drempelverlaging in de kunstwereld te lanceren. Niet alleen de intellectueel die van Malevich en konsoorten houdt, neen het HAP is er voor iedereen. De Favorieten2 speelt hier duidelijk op in. De avond van de opening in het S.M.A.K. werd er een busreis georganiseerd die familie en vrienden, allen kunstanalfabeten, naar het museum brachten. Alle passagiers kregen een badge opgespeld waar ‘happy people coming’ op stond. Jens hield een kleine ‘speech’ in de bus die begon met u bevindt zich nu achter de coulissen van de kunst. Daarmee legde hij de elitaire kunststructuur bloot. Iemand die elke week alle vernissages afschuimt, zat dus voor aap in de HAP-bus.
Toeschouwers zijn voor HAP heel belangrijk. In hun monumentale installaties blijf je als bezoeker niet buiten schot. Ook hier en nu, in Netwerk Galerij, word je als toeschouwer lijfelijk verplicht de dijk op te stappen, de trapjes weer af te dalen om vervolgens een beetje rond te dolen in die grote geabstraheerde ruimtevaartvormen. Na het visuele verleidingsmoment, geven ze je een mentale kick. Misschien zindert het werk pas de volgende dagen langzaam tot je door. Het werk prikt, de brandnetel pikt, de aanraking brengt iets te weeg. Door HAP zijn instelling is het ‘kunstwerk’ in eerste instantie minder bedoeld om eeuwig overeind te blijven. De mentaliteit of het verhaal erachter wèl en net dat stemt overeen met de wortels van deze netelige plant.3 Aan u om het verhaal te vormen.

1 Liefhooghe, De nomade, een portret. Chuck Yeager in flight, AS Mediatijdschrift (2001) 158, pp. 4-13.

2 Naar aanleiding van de opening van Coming People in het S.M.A.K. proclameerden ze hun ‘Top 30’ van kunstenaars in de collectie van het museum.

3 Stef Van Bellingen, Labyrinth, 2000, p. 20