tekst

De Alpen

Met tapijt beklede sferen of globes waarvan enkele met afgedrupte en gedoofde kaarseindjes zweven boven en rond een keurig opgemaakte bedstede op een zwart-wit geblokte tegelvloer. Michaël Aerts (B, 1979), werkt met de hardnekkige tekens van het verleden, burgerlijke en religieuze attributen, de droom en de transgressie die er als een soort keerzijde inherent aan zijn. Vragen worden gesteld hoe en door middel waarvan het geheugen zich verhoudt tot de (verleden) tijd, en hoe als gevolg daarvan morele uitspraken tot stand komen over de tijd, over hoe ‘goede oude tijd’ zich verhoudt tot een modern voouitgangsmodel.

Goele De Bruyn (BE, 1963) hecht intense verhalen aan dagelijkse voorwerpen die functionerenals doorgang of overschrijding, transit en verbinding. Ze doet dit door deze voorwerpen na te maken, te bewerken en te transformeren. In de groepstentoonstelling NEW (van vorig jaar plaatste ze een golvende slagboom om tegen aan te leunen, op de uitkijk, vrij in de ruimte. Voor DE ALPEN zijn op dezelfde plaats enkel de staanders achtergebleven waar de slagboom op rustte, als een ‘reminder’, én een open toegang. (zie ook: Netwerk Galerij, Handleiding 02-03, pp. 1.10-1.11). In de groepstentoonstelling presenteert De Bruyn nog een hele reeks werken, die in een apart onderdeel zijn opgenomen.

De perspectief is een mentale, mathematische constructie én een symbolische vorm, het schema bij uitstek van de westerse representatie. in de video-installatie Horizon hanteert Anouk De Clercq (B, 1971) in een hoogtechnisch uitgepuurde gedaante de agiliteit van dit schema als een uitnodiging. Een hoge elektrische toon eist de aandacht en geeft het startsein voor een reis door de getekende ruimte, een minimalistisch landschap waar de suggestie heerst dat in de verte, achter de horizon, iets kenbaars is.

Onder de titel Good Intentions brengt Stefaan Dheedene (B, 1975) diverse afzonderlijke werken in dialoog met elkaar: een aantal ‘kacheltjes’ die tegen elkaar aan staan; een bundel aluminium buisjes van diverse lengte en diameter bij elkaar gehouden met enkele ‘straps’; de vlag van de Pre-democratische Republiek geflankeerd door een schilderij met een herhaling van de woorden ‘Souvenir Soldier’; een meubelstuk met een diagonale kruisvorm; het video-tweeluik Stock Still. Dheedene gaat met deze minimale vormen en hun plaatsing in de ruimte en ten opzichte van elkaar op zoek naar de uiterste mogelijkheden van formele teken- en betekenissystemen (waartoe ook woorden en taal behoren) en hun kantelmomenten. (zie ook: Netwerk Galerij, Handleiding 02-03, pp.5.1-5.16)

Sofie Haesaerts (B, 1972) plaatst een aantal balkjes in verschillende schuinten tussen vloer en plafond en belicht die met een vaste en een automatisch heen en weer bewegende volgspot. Zodat een zacht patroon ontstaat van in- en outfadende schaduwen over de vloer en muren van de ruimte. Structuur en atmosfeer, lijnenpatroon en licht- en schaduwspel worden in hun verbanden ontleed als de diverse aspecten binnen een sculpturale gegevenheid en werkzaamheid. Het werk is een studie, een onderzoek dat in de loop van de tentoonstelling zal worden verdergezet door het aanbrengen van wijzigingen in de opstelling.

In de video There’s a Light That Never Goes Out 1 toont fotograaf Arno Roncada (B, 1973), heel donker, een frontale figuur die zich in de ogen wrijft op de voorgrond van door de wind bewegende boomtakken en bladeren. Alsof de scene zich afspeelt in de spiegel van rimpelend water. De aanpassingsinspanning van de ogen aan het donker wordt in de video verlengd in het gewrijf dat voor de kijker fysiek voelbaar is, en dan ondraaglijk wordt omdat het niet ophoudt.

Al bij de ingang wordt de bezoeker van de tentoonstelling aangewezen. Een vingerafdruk wordt op hem / haar geprojecteerd. Langsheen de muren, deuren en vensters rondom het kantoor en de documentatieruimte loopt een fijn zwart lijntje dat de waterstand in een pet-fles volgt. In de tentoonstelling weerklinkt iedere minuut een ‘extended second’. De seconde, de (water)lijn, en de vingerafdruk zijn de minimale eenheden die Steve Van den Bosch (B, 1975) gebruikt om het zich bevinden en bewegen in de ruimte met een schokje tot bewustzijn te brengen, het uit de bewusteloosheid door het eigen ik te wekken.

Wim Wauman (B, 1976) toont een nieuw deel van zijn project Pieces of Paradise. Een reeks foto’s zijn aangebracht op drie prikborden als grote bladen uit een boek. De beelden zijn observaties, gemaakt tijdens reizen, van gezichten, mensen en vooral dieren, reëel of emblematisch. Gevat in een opmerkelijke vormgeving van onder andere een aantal cirkelvormen en ‘spiegelbeelden’, roepen ze de bekoorlijkheid en lieflijkheid van het paradijselijke op. Door deze hyperbool of uitvergroting wordt het dienstbare, zeg maar de realiteit, van het fotograferen onderzocht en in waarde hersteld.

Rachel Zanders’ (NZL, 1969) werk sluit aan bij de minimalistische traditie sinds de jaren zestig waarin structuur en kleur een belangrijke rol spelen. De manier waarop een aantal handelingen, materialen en materie samenkomen wordt zichtbaar gemaakt in sculpturale en schilderkunstige aspecten. Deze sporen laten een volledige doorsnede toe van het artistieke werkproces en dus van de inleving in een uiterst geconcentreerde artistieke werkzaamheid. Op die manier ervaren we een mentaal tussenin, een vrijheid.