tekst

God ziet u

Wineke Van Muiswinkel

Els Roelandt Netwerk Galerij Handleiding 00-01

Wineke Van Muiswinkel presenteerde in Netwerk Galerij de installatie ‘The Soundman’, scene 2 / 4 / 5 / 71. Het werk bestaat uit verschillende componenten: de film- en video-projectie van de vier scenes, die elk in een
afzonderlijke kamer te zien zijn, en een geluidsband die een verbinding maakt tussen de vier scènes en de vier ruimtes.
De scènes geven noch afzonderlijk noch gezamelijk vorm aan een narratief geheel. Ze kunnen zonder uitzondering zelfstandig worden gelezen. In elke scène wordt een aantal bewegingen van individuen weergegeven. Dat gebeurt
binnen een vrij neutraal decor. Ondanks deze vormkenmerken straalt ‘The Soundman’ een zin voor dramatiek en theatraliteit uit: de personages voeren myster-ieuze handelingen uit die door een inzoemende en wentelende beweging van de camera worden benadrukt. De gezichten van de protagonisten zijn aangezet met witte poederlagen of gewrongen in stereotiepe uitdrukkingen (een ietwat geforceerde schaterlach bijvoorbeeld).
Het geluid wordt op een gelijkaardige wijze behandeld. Op die manier stelt Van Muiswinkel een geheel van beelden en geluiden samen die elkaar versterken en op elkaar inspelen zoals geïsoleerde lichaamsbewegingen in een
hedendaagse dans choreografisch op elkaar worden afgestemd en tegelijkertijd naast elkaar blijven bestaan, sterk in autonomie en één in een geheel.

Wineke van Muiswinkel lijkt in haar werk de mogelijkheden, potentie en de impact van het geprojecteerde beeld te onderzoeken. Hierbij is niet alleen het medium op zich belangrijk, maar vanzelfsprekend ook de manier waarop dit
door een publiek gerecipieerd wordt - of kan worden - evenals de ruimte waarin het werk getoond wordt en het zijn invloed uitspeelt. Nooit echter wordt dit onderzoek, dat slechts weinig nadrukkelijk naar voren wordt
gebracht, ervaren als technisch of rationeel. Evenmin wordt het beeld dat gebruikt wordt als constituerend materiaal (de scènes) op de voorgrond gebracht of geïsoleerd. Van Muiswinkel balanceert zodoende
in een fragiel evenwicht waarin ze voornoemde aspecten laat samenvloeien tot een harmonieus geheel. ‘Hooggeëerd Publiek, deel 3 (1998)’ is in die zin een sleutelwerk in het recente oeuvre van Van Muiswinkel. In een
continue rotatie worden 81 kleinbeelddia1s op twee schermen geprojecteerd, die qua formaat overeenkomen met een schilderij. De beelden zijn opnames van appels en peren die in hun wisselende combinaties van vormen en kleuren de kijker lijken toe te lachen. Als een publiek, variërend van dik naar dun, van aantrek-kelijk naar misvormd, van blozend jong en fris naar verschrompeld en bedorven oud, kijken ze de toeschouwer aan. In dit werk
worden de rollen even omgedraaid en verwordt het publiek, de toeschouwer, tot beeld en het beeld op zijn beurt publiek. Het beeld lacht en als in een spiegel, als in herkenning, glimlacht de toeschouwer terug.
Terwijl ‘Hooggeëerd publiek, deel 3’ een - relati-verend - onderzoek lijkt te zijn naar de relatie van het verschijnend beeld tot zijn toeschouwer, reiken andere werken nog verder in het onderzoek naar het wezen van de
kunst. Zo lijkt in ‘De brede en de smalle weg’ (2000) Van Muiswinkel zich te buigen over het artistieke gebeuren in zijn geheel, de positie van de kunstenaar en meer algemeen de manier waarop kan worden omgegaan met de
context van kunst. ‘De brede en de smalle weg’ is gebaseerd op een oude protestantse prent waarin gelovigen wordt gewezen op de gevaren van een gemakzuchtige levenswandel enerzijds en de eer en voldoening van een
deugdzame levenswandel anderszijds. Terwijl in de moraliserende prent details en faits divers de bovenhand nemen in het geleiden van de blik, is in ‘De brede en de smalle weg’ iedere detaillering afwezig. Tegenover elkaar
worden een video-opname van het rijden over een snelweg en een 16mm-filmopname van het wandelen over een smal bospad geprojecteerd.
De toeschouwer bevindt zich tussen deze twee beelden in. De keuze tussen het ene of het andere beeld, tussen het ene of het andere medium, tussen de ene of de andere ervaring van de omgeving laten het werk lezen als metafoor van het kunstenaarsparcours, maar daarnaast functioneert het ook breder als maatschappelijk commentaar. Een aspect van verruiming dat ook voelbaar is in het werk ‘Hooggeëerd Publiek, deel 3’

De drie voornoemde werken, ‘The Soundman’, ‘Hooggeëerd Publiek, deel 3’ en ŒDe brede en de smalle weg1 hebben een eigentijdse uitstraling, zowel wat iconografie als beeldverwerking betreft. Toch houden ze qua vorm en inhoud ook een min of meer expliciete verwijzing in naar een iconografie die zowel naar vorm als naar inhoud verwijst naar verschillende aspecten van de Hollandse 17de eeuwse schilderkunst. Ook deze bracht een op het eerste zicht realistische weergave van de werkelijkheid, maar bevatte daarnaast een niet mis te lezen moraliserende ondertoon. Dit werd bereikt door het invoegen van emblemen en symbolen in het schilderij. Een klassiek embleem bevat drie componenten: een motto, een concreet beeld en een adres. Emblematische
schilderijen en prenten bevatten geen verhaal of narratieve structuur, ze geven ogenschijnlijk realistische situaties of scènes weer, maar zitten vol symbolische verwijzingen die het geheel maken tot een metafoor van
de menselijke bestaansconditie. Zo ook bevat Hooggeëerd Publiek, deel 3’ , met de projectie van het ostentatief concrete beeld van appels en peren, expliciet een vanitas-symboliek en het heeft ook duidelijk een adres, het
kunstminnend publiek, en, bij uitbreiding, elke ijdele mens. De kruising tussen kunst en leven in het algemeen was ook kenmerkend voor de emblematische kunst van de 17e eeuw. In ‘De brede en de smalle weg’ is de
referentie naar of affiniteit met emblematische prenten het duidelijkst, in de eerste plaats door toedoen van de titel. Zo kan je het werk lezen als een realistische en anecdotische weergave van de realiteit, de weergave van twee
soorten wegen. Tegelijkertijd zou een dergelijke lezing van het werk onrecht aandoen aan de inhoud van het werk. ‘The Soundman’ bevat een aantal fragmenten die naast inhoude-lijke ook formele gelijkenissen met de 17e
eeuwse schilderkunst vertonen. Zo wordt een aantal van de geregistreerde bewegingen van de acteurs gegoten in een sterk clair-obscur verlichting, de scènes bevatten bovendien in hun geheel een vreemde theatraliteit. De
afwezigheid van een verhalende stuctuur enerzijds en het benadrukken van lichaamsbewegingen en gezichtsuidrukkingen anderszijds maakt dat de scène een dramatische zwaarte krijgt die de toeschouwer duwt naar een verwijzende en moraliserende lezing.

Emblematische en genre-schilderkunst werden in de 17e eeuw populair op een moment dat de kunst een eerste stap naar emancipatie zette en los kwam van de ‘bevoogding’ van religie en staat. Wanneer je de geschiedenis
van de kunst op langere termijn overziet, dan ontwikkelt Van Muiswinkel haar werk op een gelijkaardig moment in de geschiedenis van een discipline, namelijk op dat moment waarin de film- en video-kunst af-stand doen van hun
louter documentair registreren en definitief de stap zetten naar de ontdekking en exploitatie van de eigen mogelijkheden.
De combinatie van kunsthistorische en actuele referenties maakt het werk van Wineke van Muiswinkel gelaagd en rijk, maar bovenal geeft het aanleiding tot een meer globale visie op de geschiedenis van de kunsten en peilt het naar de ziel zelf van de kunst. Het werk verbreedt de ervaring van de hedendaagse kunstbeleving in een relativerende en tegelijkertijd verhelderende beweging.