tekst

Tourism

Tentoonstellingstekst

Bram Van Damme

Beatrijs Albers & Reggy Timmermans

The building should be understood in the same terms as drawings, photographs, writing, films, and advertisements; not only because these are the media in which we more often encounter it, but because the building is a mechanism of representation in its own right. The building is, after all, a "construction," in all senses of the word. And when we speak about representation we speak about a subject and an object... Inasmuch as these boundaries undermine each other, the object calls into question its own objecthood and therefore the unity of the classical subject presumed to be outside of it.

Beatriz Colomina, Privacy and Publicity,Cambridge and London: The MIT Press, 1996/1994. xi + 389 pages, 168 photographs.

Bram Van Damme: In Brussel waren jullie onder meer betrokken bij telenicc (2000) en E.N.E.R.G.I.E. (2002) – twee projecten waarin uiteenlopende strategieën getest werden om in het publieke leven van een stad in te grijpen. Jullie tentoonstelling in Netwerk komt er nu naar aanleiding van een bezoek aan Mexico City. Was het opnieuw de bedoeling om een bepaalde stedelijke dynamiek in kaart te brengen?

Beatrijs Albers: Niet helemaal. Ik heb wel overal de neiging om de publieke ruimte te analyseren: voor E.N.E.R.G.I.E. maakte ik een soort wall of sound, een openbare muur waar je via openingen alle vrije radio’s van Brussel kon beluisteren – wat een manier was om te tonen hoe gepolitiseerd een ijle ruimte als de lokale radiofrequentie is. De noties van publieke ruimte en territorium spelen nu opnieuw een belangrijke rol, maar Mexico City is zo overrompelend; het was nooit de bedoeling om met dit project een representatief beeld te geven van een stad van twintig miljoen inwoners. Ik heb meer overeenkomsten ontdekt met mijn onderzoek in Death Valley in de VS, een project dat ik in CC Strombeek uitgewerkt heb voor een tentoonstelling met Emilio Lopez-Menchero.

Reggy Timmermans: We hadden vooraf beslist dat de trip naar Mexico City in het teken van één doelwit zou staan – één plek in een vreemde metropool, bij voorkeur een gebouw met een publieke en/of culturele functie. Kort na onze aankomst hebben we samen een coup de foudre beleefd toen we voor La Torre Latinoamericana stonden, een 200m hoge modernistische toren met een indrukwekkend uitzicht over de stad. De fysieke gewaarwording van de toren was heel ingrijpend. Van onderuit ziet hij er zowel grandioos als kwetsbaar uit, maar op de bovenste verdieping ben je werkelijk overgeleverd aan de natuurelementen. Letterlijk adembenemend. Onder de smog en de wind lijkt de stad eindeloos.

Beatrijs: Het was bijna een immateriële, meditatieve ervaring, zeker in confrontatie met die gigantische leegte rondom jou. Als mens voel je je klein, maar tegelijk word je ook een onderdeel van die aanstekelijke cerebrale grandeur van het modernisme – je bent je volledig bewust van de menselijke ambities die aan de grondslag van een dergelijke constructie liggen.

Reggy: Ik denk dat de herinnering aan de Martinitoren in Brussel (die in 2003 afgebroken werd, nvdr) op affectief vlak heel belangrijk is. De Torre Latinoamericana ademt voor ons een herkenbare nostalgie uit.

In Mexico City zijn we er zo goed als iedere dag naartoe geweest. We wilden zien of we door alert in te spelen op kleine gebeurtenissen die zich in de toren afspelen, een mentaal beeld zouden kunnen samenstellen van de verschillende betekenislagen van het gebouw.

Bram: Door jullie verkenningen in Mexico hoofdzakelijk te beperken tot één gebouw ontstaat de indruk dat jullie bewust een soort objectiverende dwarsdoorsnede gemaakt hebben, een verticale prik, waarbij jullie Mexico City vooral vanuit de hoogte benaderd hebben. Jullie hebben een zekere afstand bewaard hebben ten opzichte van de mensen en de omgeving. Heeft die afstand - het feit dat jullie de toren van zijn context geïsoleerd hebben - het project sterker gemaakt?

Beatrijs: Ik geloof ook niet dat je een objectiverende blik kunt ontwikkelen. Maar als buitenlander in een vreemd land zit je altijd in een dubbelzinnige positie. Er ontstaat een décalage met de omgeving: het is onmogelijk om alle gebeurtenissen een vertrouwde betekenis toe te wijzen. We wilden die décalage bewust benaderen als een kwaliteit.

Bram: De verticaliteit van jullie onderneming doet me denken aan de attitude van een vorser, bv. een archeoloog die eerst een smalle, diepe put graaft om een overzicht te krijgen van de verschillende lagen die er op een site aanwezig zijn. Maar de attitude van de toerist speelt ook mee.

Reggy: Ik vond dat het eerder werken was (lacht). Na verloop van tijd waren we precies ambtenaren. We vertrokken iedere dag om 9 uur naar de toren en namen de lift op en neer. We wilden erover waken dat het project beheersbaar bleef: zoveel dingen waren afhankelijk van wat er om ons heen gebeurde ...

Beatrijs: Aanvankelijk gedraag je je in die situaties bijna automatisch als een toerist, al kan je dat ook een vorm van onbevangenheid noemen. Maar door dagenlang op één plek te blijven, evolueert je positie: door een bepaalde routine in te bouwen ga je beter de controle, de openingen en de mankementen zien.

Reggy: Vandaag is iedereen in zekere zin een toerist. Misschien kunnen we hier spreken van verticaal toerisme. Je accumuleert ervaringen op één plek. Maar toerisme interesseert ons ook omdat het heel belangrijk is in de dualiteit tussen destructie en constructie die eigen is aan een stad. Destructie is onvermijdelijk voor de gezondheid van een stad, maar het antwoord op de vraag wat behouden wordt en wat niet, is nu vaak afhankelijk van toerisme. Het is de blik van de toerist die bepaalt wat de moeite waard zou kunnen zijn. In La Torre zie je dat aan de Mirador (de uitkijkpost op de hoogste verdieping, nvdr) die onlangs helemaal gerestaureerd werd, zonder dat de onderliggende verdiepingen mee onder handen genomen werden.

Bram: Dat doet me denken aan Boris Groys in The City in The Age of Touristic Reproduction: (...) On one's travels everydayness and banality are always experienced as being equally monumental as that which is aesthetically exceptional (...) The touristic gaze romanticizes, monumentalizes and eternalizes everything that comes within its range. In turn, the city adapts to this materialized utopia, to the medusan gaze of the romantic tourist. Hoe proberen jullie zelf te vermijden dat je een soort monumentaliserende manier van kijken ontwikkelt? Monumentaliseren jullie niet in zekere zin de eigen manier van kijken - of is dit precies wat een kunstenaar doet?

Reggy: We hebben de toren niet echt als een monument benaderd, maar meer als een fenomeen dat bepaalde vormen produceert - als een ‘producteur de formes’. Onder het alibi van toerisme infiltreren we in het dagelijkse leven van de toren. We onderzoeken welke kortsluitingen er ontstaan tussen het script van het gebouw en de gevoeligheden van de mensen die erin rondwandelen.

Beatrijs: Zonder monumentalisering zou er geen tentoonstelling zijn.

Reggy: Met de tentoonstelling willen we geen eenduidig, statisch beeld ontwikkelen: we denken aan een dubbelzinnige architecturale vorm, zoals een lounge, met elementen die reageren op de geconstrueerde eenduidigheid van de beelden die in de toeristische sector verschijnen.

Brussel, 25 september 2007