tekst

Gestold: de cityscapes van Bert Danckaert

Ann Demeester Netwerk Galerij Handleiding 98-00

'De relatie tussen taal en schilderkunst is een oneindige relatie. Dit betekent niet dat woorden onvolmaakt of gebrekkig zijn of onoverkomelijk inadequaat blijken te zijn wanneer ze geconfronteerd worden met het visuele. Het ene kan echter niet herleid worden tot het andere: we zeggen tevergeefs wat we zien en wat we zien, ligt nooit besloten in wat we zeggen. En het is tevergeefs dat wij proberen om door het gebruik van beelden, metaforen of vergelijkingen te tonen wat we zeggen….' Zo staat het geschreven in 'Les mots et les choses' van filosoof Michel Foucault, door Amerikanen wel eens 'France's great wizard of paradox' genoemd. De plaats waar men spreekt en de plaats waar men kijkt, konden volgens de filosoof nooit samenvallen. Het is hier niet relevant om de these van Foucault, die hij vanuit een andere invalshoek eveneens belichtte in het essay 'Ceci n'est pas une pipe' (1968) naar aanleiding van het werk van Magritte, nauwgezet te bestuderen en te analyseren. We kunnen het hierbij houden: de 'plaats' waar we kijken en de 'plaats' waar we spreken, vallen niet - nooit - samen. Dit soort incompatibiliteit spreekt eveneens uit het werk van Bert Danckaert. Zijn beelden lenen zich niet tot verbale of tekstuele vertaling. Ze zijn besloten in zichzelf. Een samenspel van herkenbare elementen die we ergens ook ervaren als abstracties. Het vertrouwde dat uit zijn context werd gelicht en elders werd geplaatst. Geïsoleerd en afgesloten van de fysieke realiteit die we voelen, horen en proeven. Kijkgaten in een vuistdikke muur, patrijspoorten in de boeg van een schip.
Kil, strak en onpersoonlijk. Dit zijn op het eerste gezicht de voornaamste eigenschappen van de foto's die Danckaert maakt. Banale straatgezichten waarin alle elementen netjes tegenover elkaar afgewogen worden, waaruit een gevoel voor harmonie en evenwicht, orde en regelmaat spreekt. Het onwerkelijke karakter van de alledaagse realiteit wordt in deze beelden naar boven gehaald. Ze lijken haast te geconstrueerd om 'waar en echt' te zijn. Alsof elk overbodig detail werd geëlimineerd en al het overtollige op een artificiële manier werd uitgezuiverd. En toch is manipulatie hier zo goed als afwezig, het aantal reinigingsoperaties en digitale bewerkingen die Danckaert met de computer uitvoert, is immers minimaal. Letterlijke enscenering is hem vreemd. Het gaat om een vorm van pure registratie waarbij de maker bepaalt wat 'de reikwijdte' van het beeld zal zijn. Straattaferelen die men overal en dagelijks aantreft, worden omgeturnd tot meerduidige 'situaties' door de cadrering. Het inzoomen op deelaspecten zorgt ervoor dat er een significante totaliteit ontstaat. Danckaert zorgt voor een vorm van erosie: het overbodige wordt uigesleten en vloeit weg. Wat blijft is een soort naakte essentie, een geladen nietszeggendheid.
In dat opzicht kan Danckaerts werk conceptueel worden genoemd: een inzicht wordt omgezet in vorm en het onderliggende denkproces werkt als een structurerende kracht. Door bepaalde 'onderdelen' - onze blik op de omgeving is immers altijd panoramisch - te isoleren, bepaalde accenten te leggen en een soort orde en systematiek aan te brengen, probeert de fotograaf betekenissen te ontlokken aan de zichtbare werkelijkheid van alledag. De betekenis van de dingen op zich, de dingen in relatie tot elkaar en de betekenis van het 'kunstmatige' beeld dat die verhoudingen vastlegt. Zijn zoeken naar patronen, ritme en cadans staat gelijk met het zoeken naar een meer omvattende verklaring voor hetgeen we dag aan dag waarnemen. Ergens is het een poging om een doorzicht en een inzicht in de wereld te krijgen, een poging die gedoemd is om te mislukken. De orde en ogenschijnlijke netheid van de 'gevonden' beelden staan meteen ook voor een gemis aan betekenis. 'Het is allemaal onzin. Het gaat nergens over, maar juist dat is essentieel', weet hij. Danckaert gaat op een lichte en speelse manier om met de algehele absurditeit van het bestaan, wat wel eens de existentiële leegte zou kunnen zijn. 'De wereld is een cirkelbeweging, het in stand houden van een activiteit die nergens op slaat.' En toch creëert hij - tegen beter weten in - met zijn uitgepuurde beelden de illusie dat er zoiets bestaat als een onderliggend totaalschema, een betekenisraster dat inhoud geeft aan wat op het eerste gezicht nietszeggend en onsamenhangend is.
Wat mij intrigeert aan deze beelden en meer bepaald aan de reeks die in Netwerk Galerij werd gepresenteerd onder de noemer 'Make Sense', zijn de interne spanningen. De spanning tussen abstractie en figuratie, stilering en realisme, representatie en registratie. De foto's hebben een picturale kwaliteit, ze kunnen gezien worden als een samenspel van uitgezuiverde kleurvlakken die in een breekbaar evenwicht tegenover elkaar werden geplaatst. Danckaert speelt met interne verhoudingen, met open en gesloten vormen, met de wisselwerking tussen horizontale en verticale elementen, interieur en exterieur, oud en nieuw. Door de uitgekiende plaatsing en met behulp van bepaalde kleurklemtonen worden verbanden gelegd. Een afrastering gaat een dialoog aan met een bloedrode deur op ooghoogte, een schonkige bladerloze boom speelt een spel van gelijkenis en contrast met een aantal straatpaaltjes, rood-witte gevaarstekens 'communiceren' met gesloten rolluiken.
Zijn buitenscènes zijn uiteraard figuratief, maar nergens is een mens te bekennen. Wat we zien is het residu van menselijke activiteit, de sporen die nagelaten worden in het stedelijk landschap. In deze verstilde 'straatportretten' krijgen voorwerpen als vuilniszakken, verkeersborden, trottoirtegels, cementkegels en elektriciteitsbakjes een sculpturale waarde. Alsof het om gevonden installaties gaat, alsof de wereld een grote voorbedachte compositie is. Die kleine verschuivingen en transformaties zijn wezenlijk. Alles lijkt logisch en naturel en tegelijkertijd gekunsteld, het resultaat van een zorgvuldig wikken en wegen. Het banale wordt an sich weergegeven en toch op een hoger niveau getild doordat het lijkt alsof de foto's het resultaat zijn van een doorgedreven oefening in compositie. Rigoureus en consequent. En tegelijkertijd zo fragiel en breekbaar. Alsof de illusie net zo makkelijk doorprikt kan worden als een kleurige feestballon. De paradox als motor.