tekst

Ik Wil Weten Hoe Echt De Wereld Is

Clem Neutjens Handleiding Netwerk Galerij 97-98

Dat is wat Leen Voet (°l971) met nadruk verklaart wanneer men haar vraagt waarom ze kunstwerken maakt.

Ze wil de wereld die haar omringt leren doorzien, niet door erover te filosoferen of hem wetenschappelijk te analyseren, maar door hem artistiek gestalte te geven.
Als kunstenaar schept ze voorwerpen, structuren en installaties die haarzelf en de toeschouwer dwingen zich los te maken uit een vertrouwde werkelijkheid waarin we ons al te lang kritiekloos gevestigd hebben. Door haar werk kan ze ons helpen bevrijden uit de clichés waarmee we de echte realiteit voortdurend toedekken.
Soms humoristisch, soms ironisch, soms perversief, altijd schijnbaar onschuldig en gewild naïef ondermijnt Leen Voet de ons vertrouwde inzichten en opvattingen.
Nergens echter moraliseert ze, nooit suggereert ze wat we moeten denken over of hoe we moeten kijken naar die nieuw ontbolsterde wereld. Waarschijnlijk doet ze dit omdat ze de voorzichtigheid van de twijfel belangrijker vindt dan de schijnbare zekerheid van een exact antwoord. Zeker is alleen dat ze niet in de plaats wil treden van de 'Ideale Toeschouwer'. Aan hem heeft ze een actieve, zelfs creatieve rol toebedeeld: hij moet de wil en de bekwaamheid bezitten om zelf deel uit te maken van het kunstwerk om het continu te vervolledigen. Eigenlijk moet hij het werk werkzaam maken.

In de 'Netwerk Galerij' te Aalst stelde Leen Voet in 1997 een van haar welsprekendste werken tentoon: Tableau Vivant. Het is een geluidssculptuur die geïntegreerd is in een installatie met enkele vilten tapijtfragmenten op de vloer, een roze en een blauwe spiegel aan de wand en twee luidsprekers die als kunstvoorwerpen staan opgesteld. Boven in de galerij zijn er nog twee foto's van de spiegels, twee tekeningen van elegante popjes en een schilderij van een boshuisje. Feitelijk maken ze geen deel uit van de installatie Tableau Vivant, maar wel van de tentoonstelling die - enigszins verwarrend - dezelfde naam draagt.
De tekst van de geluidssculptuur - die ook afzonderlijk verkrijgbaar is op cd - werd geschreven door Leen Voet en ook zelf ingesproken. Hij bestaat uit zes afzonderlijke verhaaltjes van elk ongeveer vier minuten. De lectuur gebeurt gewild eentonig, met een wat gekunstelde intonatie, zonder pauze tussen de zes onderdelen, naadloos aan elkaar geregen, schijnbaar onbewogen, zonder merkbare betrokkenheid.
Eigenlijk zijn het geen verhalen maar sprookjes. Het verschil tussen deze twee genres is groot: een verhaal vertelt over beleefbare feiten in een waarneembare werkelijkheid; een sprookje vertelt over een dieperliggende realiteit die niet of niet helemaal voor onze zintuigen of voor onze koele rationaliteit bereikbaar is.
Leen Voet gebruikt het sprookje bewust als middel om door te dringen achter de oppervlakkigheid van onze moderne tijd; voor haar is het een instrument waarmee ze de achterkant of de binnenkant van de dingen in het licht kan stellen. Het is een kunstig middel om gevestigde zienswijzen open te breken. Opzettelijk schotelt ze ons een mengsel voor van verbeelding en realiteit opdat deze twee elkaar zouden verrijken. Ze idealiseert bewust om ons onmiddellijk daarna in een grauwe, soms zelfs weerzinwekkende realiteit te storten. Ze laat de schoonheid zien van het lelijke én de valsheid van het mooie. Ze spreekt gewild in clichés over 'het ochtendgloren' en 'het najaarslicht', over de 'lieflijke' natuur en het 'bloedmooie' meisje, maar de valse heks en de geile snoodaard zijn altijd nabij. Het idyllische is steeds ook wreed en de wreedheid van de wereld heeft iets huiselijks. Er is fictieve perversiteit en reëel idealisme. Soms worden al die paradoxen samengetrokken in één enkel woord, b.v. 'zedenfeitje', het onderwerp van het derde sprookje.
Om dit geraffineerd spel tussen droom en werkelijkheid, humor en ernst, inzicht en verblinding in evenwicht te houden, mengt Leen Voet soms wat autobiografische elementen in de cocktail. Niet om de band met haar persoonlijke problematiek te etaleren, maar om de levensechtheid van het geheel onwrikbaar te verankeren.
Tableau Vivant is een heel ernstig spel. Ook in de niet-tekstuele elementen van deze installatie zit telkens dezelfde vruchtbare ambiguïteit: kijken in de roze of de blauwe spiegel bezorgt de toeschouwer een 'sprookjesachtig' plus een reëel beeld van zijn complexe ego. Ook de foto's van de spiegels - die terecht buiten de eigenlijke installatie hangen - fungeren als reële tegenhangers van de fictieve spiegelbeelden. De tekening van de popjes vervult dezelfde rol als de autobiografische details in de gesproken tekst. En het schilderij van het boshuisje legt een nieuwe verbinding van buiten naar binnen door zowel voor te komen op de hoes van de cd als buiten de eigenlijke installatie.

Ook in de andere werken van Leen Voet vinden we dezelfde artistieke grondhouding als in Tableau Vivant.
In Boshuisje 1, een schilderij uit 1996, is de schijnbare tegenstelling weer de basisstructuur: het boshuis is baby-roze, de boomstammen vuurrood, de groene struiken branden in hun kern, de lucht is donkerblauw tot onder de kruinen van het irreële woud: opnieuw een werkelijkheid ondermijnd door verbeelding.
Setting 2004, tempera op papier bestaat weer uit twee elementen die tegelijkertijd elkaar aanvullen én onderuithalen: een reeks foto's van bestaande landschappen én een reeks opzettelijk naïeve schilderijtjes die dezelfde stukken natuur sprookjesachtig weergeven in onnatuurlijke kleuren en gefictionaliseerde vormen. Beide reeksen zijn bedoeld om, naast elkaar heen en weer dansend, geprojecteerd te worden op een witte muur. Ook hier dus het aandachtige zoeken om door middel van de combinatie van een reëel en een fictief beeld de blik van de Ideale Toeschouwer te verdiepen en tot creativiteit aan te zetten.

Leen Voet gaat haar eigen zinnige weg. Kunst is voor haar een levensmiddel. Het meest specifieke van haar oeuvre komt voort uit haar intuïtie dat paradoxale dubbelzinnigheid rijker is aan betekenis dan klare één-zinnigheid. Met zuiver artistieke middelen tracht ze te weten hoe echt en onecht de wereld eigenlijk is. Ze gaat ervan uit dat het hybride, kunstige her-vormen van de menselijke ervaring meer kansen biedt om door te dringen tot de ondoordringbare kern van alle dingen dan de klare, eenduidige rationaliteit waar de cultuur van onze tijd ten onrechte bij zweert.

Brasschaat, 6 januari 1999