tekst

Het Neusje, Patrick Van Caeckenbergh

Speech door Ronald Van de Sompel, adviseur Kunst in Opdracht – team Vlaams Bouwmeester

Ronald Van de Sompel

Toespraak n.a.v. de inhuldiging van “Het Neusje”, een kunstwerk van Patrick Van Caeckenbergh op de rotonde ter hoogte van de Verbrandhofstraat

Geachte toehoorders,

Het is mij een waar genoegen hier het woord tot u te kunnen richten naar aanleiding van de inhuldiging van het kunstwerk “Het Neusje” van Patrick Van Caeckenbergh.

Binnen het Team Vlaams Bouwmeester begeleiden mijn collega Katrien Laenen, ikzelf en een klein team van medewerkers binnen de kunstcel de voorbereiding en realisatie van kunstopdrachten die plaats vinden in de openbare ruimte.

We hebben hierbij een dienstverlenende en bemiddelende rol naar lokale opdrachtgevers toe, waarbij onze aandacht zich in de eerste plaats richt op de artistieke kwaliteit van de te realiseren kunstopdrachten, in de tweede plaats op de professionele omkadering die deze ambitie mogelijk maakt.

Vanuit een bijzondere aandacht voor één aspect van de openbare infrastructuur, namelijk de verkeersrotonde, publiceerde de kunstcel in 2007 een beleidsvoorbereidend onderzoeksdocument over rotondes. Het doel van deze publicatie bestond er in om op dit specifieke terrein een meer diepgaande reflectie te ontwikkelen betreffende de kwaliteit van de publieke ruimte.
Volgend op deze publicatie onderging het beleid betreffende deze materie een vernieuwing. Eén van de pijlers in dit nieuwe beleid bestaat er in dat de artistieke kwaliteit van het kunstwerk wordt opgevat in nauwe wisselwerking met de ruimtelijke en culturele context. Gezien de langdurige impact van de installatie van een kunstwerk op een rotonde, zijn wij er namelijk van overtuigd dat de noodzaak van elke artistieke ingreep dient te worden overwogen en getoetst aan wenselijkheid en haalbaarheid. Kortom, een globale visie op de aanleg van het publieke domein vormt de context voor de beoordeling van elke specifieke vraag naar de wenselijkheid van een kunstwerk op een rotonde.

Toen wij door de Stad Aalst werden gecontacteerd om de opdracht voor de realisatie van een kunstwerk op de rotonde ter hoogte van de Verbrandhofstraat te begeleiden, hebben wij van bij de aanvang het belang van een methode tot artistieke selectie benadrukt die voor ons essentieel uit een viertal stappen bestaat : 1. De samenstelling van een commissie met evenwichtige verdeling tussen artistieke deskundigheid en de betrokken actoren; 2. De formulering van een opdracht waarin de visie en de ambitie scherp worden gesteld; 3. Een deskundige screening van het artistieke veld in functie van het zoeken naar de juiste kunstenaar en 4. Het voeren van een inhoudelijk debat over artistieke voorstellen. Er werd een commissie Beeldende Kunst in het leven geroepen, waarin niet enkel de Schepenen van Openbare Werken en Cultuur waren vertegenwoordigd, maar tevens professionelen uit het veld van de hedendaagse beeldende kunst.

Uit de selectieprocedure die hier op volgde – en die daarnet door schepen van Openbare Werken Ann Van de Steen meer in detail werd toegelicht – kwam “Het Neusje” van Patrick Van Caeckenbergh als beste voorstel uit de bus.

Patrick Van Caeckenbergh, geboren en getogen in Aalst, is vandaag een gerenommeerd kunstenaar, niet enkel hier te lande, maar tevens op internationaal niveau. Zijn werk werd getoond op de meest belangrijke plekken ter wereld, zoals het Centre Pompidou in Parijs, Tate Modern in Londen en de Biënnale van Venetië. Op dezelfde manier maakt het deel uit van bekende collecties in binnen- en buitenland.

Patrick Van Caeckenbergh wordt dikwijls omschreven als een kunstenaar die enigszins afgezonderd van de buitenwereld leeft en als een kluizenaar die wereld bestudeert. Kunst lijkt voor hem geen doel op zichzelf, maar een manier om de wereld te begrijpen. Dat werd al duidelijk in zijn allereerste werken, waarin de kunstenaar keek naar de wereld met de blik van de antropoloog en perifere opmerkingen over de eigen cultuur formuleerde. In het begin van de jaren negentig ging deze antropologische aanpak gaandeweg plaats te maken voor een meer autobiografische oriëntatie, waarin hij zijn eigen leven en dat van de mens centraal plaatst. Op het einde van de jaren negentig leidt dit tot een nog meer ingetogen periode, die aanvangt met zijn verhuis naar het landelijke Sint-Kornelis-Horebeke.

In “Het Neusje”, het kunstwerk dat hier vandaag wordt ingehuldigd, zijn een aantal kenmerken uit die verschillende periodes opnieuw duidelijk aanwezig.

In de eerste plaats gaat het om een kunstwerk dat door de gebruikte beeldtaal door iedereen is te begrijpen. De wereld wordt hier zonder de minste vorm van pretentie aan ons voorgesteld. Het beeld van de rode neus wordt is kan door iedereen onmiddellijk worden herkend. Vanuit het concrete standpunt van de verkeersgebruiker die aanbeland op de rotonde, is het bovendien een beeld dat heel sterk in het oog springt en daarom de automobilisten tot meer voorzichtigheid kan aanmanen. In dat opzicht is “Het Neusje” ook in het kader van de verkeersveiligheid een goede zaak. Rood is een kleur die snel de aandacht trekt, vandaar ook het gebruik ervan als signaalkleur bij rode lichten.

Een tweede belangrijk gegeven is het feit dat Patrick Van Caeckenbergh hier, als vanzelfsprekend, relaties legt met de cultuur en de geschiedenis van zijn geboortestad. Met “Het Neusje” verwijst hij expliciet en met een ironische knipoog naar de eeuwenlange carnavalsviering die, tenminste als ik het goed voorheb, sinds 2010 werd opgenomen in de lijst van immaterieel erfgoed van de mensheid van UNESCO. Maar uiteraard wordt carnaval in de eerste plaats geassocieerd met feestvieren, en in dat opzicht is wat we hier te zien krijgen een feestneus, hét onmisbare attribuut dat door elke uitbundige feestvierder wordt gedragen en tegelijk symbool staat voor het masker en de verkleedpartijen waarmee elke carnavalsviering wordt vereenzelvigd. Anderzijds legt Van Caeckenbergh met de sokkel waarop het eigenlijke kunstwerk rust een duidelijke relatie met de stadskiosk op de markt, die opnieuw voor elke bewoner van Aalst de meest uiteenlopende herinneringen oproept. Op die manier is de sokkel niet enkel een neutraal vormgegeven steunelement, maar wordt het een podium. Op die manier geeft de sokkel opnieuw een gezicht aan de authenticiteit van het feestvieren, bij middel van een architecturaal geometrische vorm. In formeel opzicht spelen zowel “Het Neusje” als de kiosk perfect in op de ronddraaiende beweging van de automobilist eenmaal deze zich op de rotonde begeeft.
Tot slot willen we er nog op wijzen dat de kunstenaar, precies door in te spelen op de lokale tradities, een cadeau teruggeeft aan de Stad Aalst. Net zoals hij in Sint-Kornelis-Horebeke, waar hij nu woont en waar zijn atelier is gevestigd, zijn creativiteit ten dienst stelt van de bewoners, zo ook kan “Het Neusje” hier worden opgevat als een geschenk, waarbij de herkenbaarheid van de beeldtaal de lokale bewoner toelaat zich op heel persoonlijke wijze met deze sculptuur te identificeren. Ook voor de eenmalige bezoeker functioneert deze toch enigszins bizarre beeldtaal als een herkenningspunt, een visueel welkomstgebaar dat het mogelijk maakt dit bijzondere aspect van de belevingswereld in Aalst te doorgronden. En natuurlijk is elk kunstwerk een geschenk in de brede zin van het woord, waarbij de kunstenaar het eigen talent gebruikt om via zijn creativiteit de wereld te transformeren.

Literatuur heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het werk van Patrick Van Caeckenbergh, als bron van inspiratie en in zijn concrete methodologie. Soms kopieert hij bijvoorbeeld lange tekstpassages die terecht komen in collages, installaties en boekobjecten. Bij één van mijn allereerste gesprekken met de kunstenaar, toen ik hem als jong kunstcriticus bezocht, had hij het uitgebreid over dit belang van het literaire en sprak hij onder meer over de Russische schrijver Nikolay Gogol. Diezelfde Gogol schreef ergens rond 1835 een satirisch kortverhaal, getiteld “De Neus”, waarin één van de personages zijn neus verliest en deze een eigen leven gaat leiden. Met dit bizarre verhaal, waarin de schrijver de ware toedracht van dit fenomeen nooit echt uitlegt, speelde Gogol in op de uitgangspunten van de lezers, die graag absurde verhalen lezen, maar eigenlijk toch nog verlangen naar een logische verklaring.

Bij wijze van besluit wil ik dan ook graag de wens uitspreken dat “Het Neusje” van Patrick Van Caeckenbergh, vanaf vandaag, op gelijkaardige wijze een eigen leven zal leiden, niet enkel in de dagdagelijkse realiteit, in het verkeer op de rotonde, maar in de eerste plaats in de harten en in de verbeelding van de bevolking van Aalst en allen die de stad in de komende jaren zullen bezoeken.

De gebruikelijke woorden van dank zal ik hier even achterwege laten – die zijn eerder al uitgebreid ter sprake gekomen – maar toch wil ik hier een speciaal woord van dank richten aan Patrick Van Caeckenbergh zelf, die vanaf onze eerste vraag tot deelname heel enthousiast heeft gereageerd en zich ten volle heeft geëngageerd om dit project tot een goed einde te brengen.
Ik dank voor uw aandacht en wens u nog een prettige voortzetting van de namiddag.

Ronald Van de Sompel
Zaterdag 31 augustus ‘13